Durk stopt, Rutger rijdt verder

Altijd tiid foar in praatsje
Wie kent ‘m niet: tsiisboer Durk Rijpkema (60). Altijd vol verhalen, het ene nog smeuïger dan het andere. Altiid op skik, altyd yn foar in praatsje. Even snel een stukje kaas halen zat er zelden in, want voor je het wist stond je nog te luisteren naar een anekdote van Durk.
Van deur tot deur naar vaste rondes
Jarenlang was hij een vertrouwd gezicht in de dorpen en omgeving. Niet achter een kraam, maar vanuit zijn bus, rijdend van adres naar adres en later op vaste momenten op het plein in Sint Nicolaasga. Klanten wisten hem blind te vinden, of beter gezegd: ze hoorden hem aankomen. Voor een goed stuk kaas, maar net zo goed voor een praatje en een lach.
Maar nu komt er een einde aan dat tijdperk. De jaren beginnen te tellen en het werk – zwaar en fysiek, met lange dagen – vraagt steeds meer van hem. Ook zijn gezondheid speelt mee in het besluit om het rustiger aan te doen.
De bus verdwijnt gelukkig niet uit het straatbeeld. Rutger Portena (22) neemt het stokje over en zet Durk’s Versmarkt voort, met dezelfde warmte en vertrouwde sfeer waar Durk zo om bekend stond.
Van jongetje met een stukje kaas…
Op de vraag hoe Durk bij zijn opvolger is gekomen, verschijnt er een glimlach. Het verhaal gaat namelijk al jaren terug. De ouders van Rutger kochten hun kaas bij Durk en als klein jongetje kreeg Rutger steevast een stukje kaas toegestopt.
Niet veel later, op zijn veertiende, stond hij zelf al naast Durk. Iedere vrijdagmiddag hielp hij mee. Durk had een vaste bellijst met klanten die hun kaas kwamen halen. Bleef iemand weg, dan werd er gebeld. De bestelling werd alsnog opgenomen en Rutger sprong op de fiets om de kaas thuis te bezorgen.
Van dat jongetje met een stukje kaas in zijn hand, groeide hij uit tot de jongen op de fiets – en straks tot man in de bus. Een opvolger die het vak niet alleen kent, maar er ook mee is opgegroeid.
Meer dan alleen een stukje kaas
Toch is het vak volgens Durk niet zomaar over te nemen. ‘Der is noch hiel folle te learen,” zegt hij nuchter. “Oer minsken, oer tsiis… dêr is gjin oplieding foar en der binne gjin boeken dy’t dy dat leare.” Het zit ‘m in de ervaring, in het contact met klanten en in het aanvoelen wat iemand wil.
En juist dat is waar Durk’s Versmarkt al die jaren om bekend stond. Geen poespas, maar eerlijke producten. Er worden veel boerenkazen verkocht, rechtstreeks van de boer en zonder chemische toevoegingen. “Om’t der gjin tuskenhannelers oan te pas komme, kin ik it foar in ridlike priis oan myn klanten ferkeapje, wylst de boer ek goed betelle wurdt.”
Ook dierenwelzijn speelt daarin een belangrijke rol. Durk verkoopt alleen scharrel- of vrije-uitloopeieren en werkt met boeren waarvan de koeien grotendeels buiten lopen. “Minsken freegje dêr ek om,” merkt hij. “Se wolle witte wêr’t it weikomt.”
Voor Rutger ligt daar meteen de uitdaging. Niet alleen het snijden van de kaas, maar juist het verhaal erachter en het contact met de mensen vormen de kern van de zaak.
De klik met mensen
Op de vraag waarom juist Rutger volgens hem de juiste opvolger is, hoeft Durk niet lang na te denken. “Hy hat itselde,” zegt hij. “Iepen, altyd yn foar in praatsje, mar ek datst mei minsken omgean kinst.”
Volgens Durk zit het succes niet alleen in kennis van kaas. “Fansels moatst der ferstân fan ha, mar dat kinst leare.” Veel belangrijker is het contact met de mensen. Met een lach op je gezicht kom je verder dan alleen met kennis van het product.
“De minsken moatte ek by dy komme omdat se it dy gunne,” voegt hij toe. En juist dat, denkt Durk, zit bij Rutger wel goed.
Het werk gaat door, ook na sluitingstijd
De routes blijven voorlopig hetzelfde, zodat klanten kunnen blijven rekenen op de vertrouwde momenten. Zo staat de bus op dinsdag in Sint Nicolaasga, op woensdag afwisselend in Scharsterbrug en Oudega (W), donderdag in Woudsend en op vrijdag in Idskenhuizen in de ochtend en Langweer in de middag.
Rutger rijdt eerst nog een periode mee met Durk om het vak goed in de vingers te krijgen. Al laat Durk lachend weten dat hij altijd bereid is nog eens bij te springen. “As Rutger op fakânsje giet, stap ik sa wer efkes yn ’e bus.”
Ook verandert er het nodige. Bij de ouders van Rutger wordt de garage omgebouwd tot opslagruimte met koeling voor de kazen. De bus krijgt straks zijn vaste standplaats in Langweer. Rutgers mem helpt mee met het snijden en voorbereiden voor de volgende dag.
Want het werk stopt niet als de bus stil staat. In de avonduren gaat het gewoon door: snijden, verpakken en klaarzetten – er komt meer bij kijken dan alleen het verkopen van een stukje kaas.
De bus rijdt door
De bus rijdt door – met een nieuw gezicht, maar vertrouwd voor veel klanten.
Tekst: Klaske Portena